Een paar jaar geleden verloor ik mijn opa. Hij had een herseninfarct gehad en was daarna erg ziek. Uiteindelijk kreeg hij euthanasie. Dat betekent dat hij zelf het moment koos om dood te gaan. Ik weet nog wel dat het heel verdrietig was, maar ik weet niet meer precies hoe alles ging toen hij overleed.
Een half jaar later gebeurde er weer iets verdrietigs. Onze kat Tum werd aangereden en overleed. Dat weet ik nog wel heel goed. Papa en mama kwamen samen naar het schoolplein om mij op te halen. Dat deden ze anders nooit. Onderweg naar huis vertelden ze mij en mijn zusje Doris dat er iets ergs was gebeurd. Tum was aangereden en doodgegaan.
Toen we thuiskwamen mochten we nog naar hem kijken. Hij zag er eigenlijk helemaal niet gewond uit. Het leek net alsof hij sliep maar dat was dus niet zo. Hij lag in een kartonnen doos op een theedoek. Daarna brachten we hem naar de dierenarts, daar moesten we ‘m achterlaten. In de auto moesten we allemaal huilen: papa, mama, mijn zusje Doris en ik.
Soms mis ik Tum nog steeds heel erg. Dan denk ik eraan hoe hij altijd met ons meeliep naar school en hoe hij vaak bij me kwam om te knuffelen. Hij vond het nooit erg als ik een beetje gek met hem deed. Hij bleef altijd rustig. Heel soms lig ik in bed en moet ik ineens weer aan hem denken. Dan mis ik hem opnieuw.
Toen Tum doodging maakte mijn buurvrouw een gehaakt katje voor mij en mijn zusje. Dat vond ik heel lief. Ik kan het vasthouden als ik hem mis. Ook kregen we van de dierenarts met de post een kaartje met zijn pootafdruk erop. Mijn moeder vond dat eerst een beetje gek, maar ik vond het eigenlijk ook wel grappig en speciaal.
Ik zou later graag weer een huisdier willen. Maar mijn ouders vinden het spannend omdat we aan een drukke weg wonen. Ze zijn bang dat het weer misgaat. Dat snap ik ook wel. Maar ik ben heel blij dat Tum er is geweest. Hij leefde maar een paar jaar, maar hij was een hele goede vriend. Ik zal ‘m nooit vergeten.