Dolores ontmoet in deze aflevering van Het Klokhuis een gezin waarvan de moeder borstkanker heeft. Helaas wordt ze niet meer beter. Hoe gaat zij samen met haar gezin hiermee om? De kinderen Sjors en Nadine vertellen het Dolores.
Jaap Pieter zijn ouders zijn allebei ziek. ‘Ik moet het maar doen’ zegt hij in Taarten van Babel. Voor Jaap Pieter is het zorgen voor zijn zieke ouders niet altijd makkelijk, maar toch doet hij het met veel toewijding.
Wil je de hele aflevering zien? Kijk op Zapp!
Verhaal
Een tijdje geleden werd onze moeder opeens ziek. Op skivakantie was er nog niet zoveel aan de hand maar toen we thuis waren, voelde ze zich niet goed en kreeg ze hartbonzen. Op een avond waren wij niet thuis en is ze met de ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Eerst wisten de dokters nog niet precies wat er aan de hand was, maar later bleek dat ze een hartritmestoornis had. Ze waren er op tijd bij.
Mama moest een hele week in het ziekenhuis blijven. De eerste keer dat we daar naartoe gingen om mama te zien, vonden we best spannend. We wisten niet hoe het daar zou zijn. Maar mama kon nog gewoon met ons praten. Ook aan de plakkers op haar borst, waarmee ze aan een monitor zat, raakten we snel gewend.
Thuis maakten we ons soms wel zorgen om mama en werden we daar verdrietig van. We gingen elke dag bij mama op bezoek. Als we naar het ziekenhuis toe liepen, zwaaiden we al naar mama’s raam. Dat was leuk! In het ziekenhuis was het gelukkig ook gezellig. We kregen daar warme chocolademelk en deden spelletjes op de tablet van het ziekenhuis. En thuis sliepen we elke dag met papa in de woonkamer. Dat was eigenlijk ook wel bijzonder.Â
Nu moet mama nog steeds medicijnen slikken maar merk je niet meer zoveel aan haar. Een paar maanden geleden had ze nog wel even last en was ze duizelig. Dan denken we soms: straks gebeurt het weer. Daar kunnen we best van schrikken.Â
Hebben jullie nog tips voor andere kinderen? Vraag hoe het zit, dan weet je beter wat er gaat gebeuren. Doe iets wat je leuk vindt, bijvoorbeeld tekenen, spelen of sporten. Dan hoef je er niet de hele tijd aan te denken. En als je bang of verdrietig bent, praat erover.
Verhaal
Een tijdje geleden werd mijn vader heel ziek. Hij had heel veel pijn in zijn rug door een hernia. Daarom moest hij naar het ziekenhuis voor een operatie. Na die operatie kreeg hij een incomplete dwarslaesie en het caudasyndroom. Daardoor werken zijn benen niet meer zoals vroeger. Hij kan ze niet goed voelen en bewegen en heeft vaak pijn. Daarom gebruikt hij nu vaak een rolstoel.
Soms ben ik verdrietig omdat we niet alles meer kunnen doen zoals vroeger. Een keer gingen we naar een kringloopwinkel. Daar was ook een bovenverdieping, maar papa kon niet mee naar boven omdat er geen lift was. Later moesten we bij de halte een uur op de bus wachten. Papa moest toen huilen. Ik vroeg waarom hij verdrietig was. Hij zei dat hij het moeilijk vond dat hij niet alles meer samen met mij kan doen. Toen moest ik ook huilen. Papa was verdrietig om mij en ik was verdrietig om papa.
In het begin vroegen veel kinderen wat er met mijn vader aan de hand was. Soms vond ik dat best vervelend. Daarom heb ik er een keer over verteld in de klas. Iedereen mocht vragen stellen. Dat vond ik fijner dan steeds losse vragen tussendoor.
Soms ben ik bang dat het nooit meer helemaal goed komt. Dat zou kunnen. Als ik daaraan denk, maakt me dat verdrietig. Als ik me zorgen maak, helpt het om te praten of te knuffelen, maar soms lees ik ook gewoon even een boek. Ik heb ook een speciale Kikkerspray. Er staat op dat je er een rustig hoofd van krijgt en dat werkt echt. Een andere tip voor kinderen die ook een zieke vader of moeder hebben, is: praat erover of schrijf het op. Dan hoef je het niet meer in je hoofd te onthouden. Â
Er zijn veel dingen veranderd, maar ook veel dingen hetzelfde gebleven. We gaan bijvoorbeeld nog steeds op vakantie. Papa kan niet zelf de tent opzetten, maar vrienden op de camping helpen ons daarbij. Ik ben trots op mijn vader. En ook al is er veel anders, we houden nog steeds heel veel van elkaar.
Vraag
Nee. Sommige kinderen denken dat iets wat ze hebben gedaan, gedacht of gezegd, de ziekte heeft veroorzaakt. Maar zo werkt ziekte niet. Jij hebt dit niet veroorzaakt. Mensen worden niet ziek door iemands gedachten, of woorden of doordat je een keer boos bent geweest. Ziekte ontstaat door dingen in het lichaam waar kinderen geen invloed op hebben.
Het is heel normaal om jezelf zulke vragen te stellen als iemand die belangrijk voor je is ziek wordt. Soms proberen kinderen een antwoord te vinden op iets wat moeilijk te begrijpen is. Maar wat er ook is gebeurd: het is niet jouw schuld.
Blijf je je daar toch zorgen over maken? Dan kan het helpen om erover te praten met een volwassene die je vertrouwt. Die kan naar je luisteren en je helpen met je vragen en gevoelens.
Film
Mensen met de ziekte van Parkinson hebben soms moeite met lopen. Gelukkig zijn er slimme trucjes waardoor bewegen toch beter gaat. Tirsa ontdekt in Het Klokhuis hoe dat werkt en wat er gebeurt in je hersenen. Ze ontmoet bijvoorbeeld Tibbe en zijn vader. Zijn vader heeft Parkinson en gebruikt heel wat trucjes.
Vraag
Als iemand ziek is, verandert er vaak veel. Misschien zijn je ouders drukker, maken ze zich meer zorgen of zijn ze vaker weg. Daardoor is er soms minder aandacht voor jou. Er kunnen nieuwe afspraken komen, mensen kunnen zich anders gedragen of dingen die eerst gewoon waren, gaan ineens niet meer zoals vroeger. Dat kan verwarrend of verdrietig zijn, of je boos maken.
Sommige kinderen denken dan dat ze minder belangrijk zijn geworden. Maar dat is niet zo. Ook jij bent belangrijk en jouw gevoelens doen ertoe. Het kan alleen zijn dat de volwassenen om je heen veel aan hun hoofd hebben door alles wat er gebeurt.
Soms weet niemand precies hoe het verder zal gaan. Dat kan ervoor zorgen dat mensen thuis sneller verdrietig of boos zijn, zich veel zorgen maken of minder energie hebben. Dat ligt niet aan jou.
Het kan helpen om aan een ouder of een andere volwassene die je vertrouwt te vertellen hoe het met je gaat. Je hoeft niet te wachten tot iemand ernaar vraagt. Volwassenen weten niet altijd wat er in je omgaat. Door erover te praten, kunnen ze beter begrijpen wat jij nodig hebt.
Ook kleine dingen kunnen helpen. Samen iets doen, elke dag een vast moment met elkaar hebben of tijd maken voor iets leuks kan je rust en houvast geven.